Als er niets verandert, wachten over vier jaar 200.000 mensen op een keuring voor hun arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA), waarschuwde de bestuursvoorzitter van het UWV deze week.

Zo’n 600.000 mensen krijgen een WIA-uitkering en de instroom loopt op tot 90.000 per jaar. Het tekort aan keuringsartsen is voorlopig niet opgelost. Het uitkeringsstelsel is vastgelopen.

De afgelopen kabinetsperiodes heeft zich een grote hoeveelheid rapporten en adviezen opgestapeld. De herziening van dit arbeidsongeschiktheidsstelsel is dan ook een van de grootste klussen van het kabinet. Het is ook een ingewikkelde klus, zeker voor een minderheidskabinet dat zich populair wil maken bij de oppositie.

Valse start met vakbonden

Het kabinet-Jetten maakte meteen een valse start in de verhouding met de vakbonden. Die liepen boos van tafel omdat het kabinet wil terugkomen van afspraken over de AOW-leeftijd in het Pensioenakkoord, de vorige grote stelselwijziging.

Geen lekker begin als je die bonden juist nodig hebt voor een stelselherziening. Daar komt bij dat de helft van de toename van de WIA-instroom is veroorzaakt door de verhoging van de AOW-leeftijd. Die weer een oplossing moet zijn voor de vergrijzing. Zo grijpt alles in elkaar.

Slecht voor draagvlak

Waar het stelsel zekerheid moet bieden, biedt het juist onzekerheid. Werknemers met medische klachten die geen uitkering maar ander werk willen, wachten op begeleiding en omscholing. Mensen die niet meer kunnen werken, wachten op de zekerheid van hun WIA-uitkering.

Werkgevers weten door de lange wachtlijsten niet of ze een zieke werknemer mogen vervangen. Voor kleinere ondernemers is het nog lastiger om een werknemer een aangepaste functie aan te bieden. Op hen drukt de lange onzekerheid extra zwaar.

In de arbeidsongeschiktheidsspaarpot zit veel geld, terwijl de premiebetalers – dat zijn werkgevers en werknemers – vastlopen in het systeem. De overheid gebruikt de spaarpot intussen om boekhoudkundige gaten te dichten.

Allemaal slecht voor het draagvlak en de solidariteit onder het systeem, beaamde minister van Sociale Zaken Vijlbrief (D66) vorige week in de Tweede Kamer. Hij belooft te onderzoeken of dit anders kan.

Het probleem slaat neer op de hele Nederlandse economie. Voor veel betaald werk is er een tekort aan arbeidskrachten, banen waar met tijdige omscholing en goede begeleiding mensen met een arbeidshandicap aan de slag kunnen.

Vooral de instroom van jonge vrouwen met psychische klachten neemt toe:

Het kabinet heeft de afgelopen weken wat voorzichtige voorzetjes gedaan. Minister van Werk en Participatie Aartsen (VVD) heeft een wet voorgelegd aan de Raad van State. Daarin staat dat de UWV-arts niet meer oordeelt over het werk van de bedrijfsarts na twee jaar ziekte. Dit ontlast de overbezette UWV-artsen.

Het is opvallend dat het kabinet hiervoor kiest. In 2023 trok het kabinet-Rutte IV dit wetsvoorstel juist in omdat de vakbonden bezwaar maakten. Die verwachtten dat werkgevers meer mensen volledig laten afkeuren, terwijl die mensen liever voor hun baas blijven werken.

In de wet wordt verder geregeld dat werknemers die in afwachting van een beoordeling een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen, niets hoeven terug te betalen als de uitkering achteraf gezien te hoog was ingeschat.

Tweede ziektejaar

Een ander stapje is een wetsvoorstel waarin staat dat als een zieke werknemer niet binnen een jaar kan terugkeren bij zijn eigen werkgever, er in het tweede ziektejaar een plek bij een ander bedrijf moet worden gezocht.

Dit moet het probleem van kleine en middelgrote bedrijven oplossen dat zij twee jaar lang een ziek personeelslid niet kunnen vervangen omdat zijn werkplek voor hem beschikbaar moet blijven.

In het regeerakkoord hebben D66, VVD en CDA verder afgesproken dat de IVA-uitkering wordt afgeschaft voor nieuwe gevallen. Dat is de hogere arbeidsongeschiktheidsuitkering voor mensen die volledig en blijvend arbeidsongeschikt zijn. En het maximumdagloon, de maximale hoogte van ook de WIA-uitkeringen, moet omlaag, zo spraken de partijen af.

Schone lei

Voor het zover is moet er nog heel wat water door de zee. Wat kan helpen, is dat er per 1 mei drie nieuwe bestuurders zijn aangetreden bij de vakbonden FNV en CNV en bij werkgeversorganisatie VNO-NCW. Zij zijn zelf niet boos weggelopen en beginnen met een schone lei.

De drie nieuwe bestuurders in ‘de polder’:

Deze ‘nieuwe’ hoofdrolspelers zullen uiteindelijk de onderhandelingstafel weer opzoeken om een Sociaal Akkoord te sluiten, in het belang van hun achterbannen. Al zullen ze misschien eerst laten merken dat met hen ook niet te spotten valt.

Ondertussen zal het minderheidskabinet ook het draagvlak in beide Kamers in de gaten houden. Het schaken op diverse borden over de belangrijkste inkomensvoorzieningen van werknemers kan dus dit voorjaar beginnen.