Het ministerie van Justitie doet nog altijd te weinig om rechtszaken sneller af te handelen, concludeert de Algemene Rekenkamer. Slachtoffers en verdachten moeten daardoor te lang wachten, wat leidt tot onzekerheid en stress.

Het ministerie heeft een verbeterplan opgesteld, maar dat is volgens de Rekenkamer niet genoeg. “De coördinatie van de minister schiet tekort”, is te lezen. De problemen zijn volgens de Rekenkamer een “ernstige onvolkomenheid”.

Lang wachten voor jonge verdachten

Bij jeugd- en zedenzaken wordt sinds 2019 in geen enkel jaar de norm gehaald. Een jonge verdachte moet daardoor soms 1,5 jaar wachten op een vonnis van de rechter. Dan moet het uitzitten van de straf daarna nog beginnen.

Ook mensen die verdacht worden van een ernstig verkeersmisdrijf moeten vaak lang wachten. Zij zouden eigenlijk binnen een jaar voor het eerst voor een rechter moeten staan, maar dit lukt maar in 1 op de 5 gevallen.

Het Openbaar Ministerie concludeerde vorig jaar ook dat de behandeling van veel strafzaken te lang duurt.

Meer onvoldoendes

De Algemene Rekenkamer deelt niet alleen aan het ministerie van Justitie en Veiligheid een onvoldoende uit, maar ook opnieuw aan het ministerie van Defensie. Daar is de beveiliging van militaire objecten, net als vorige jaren, niet op orde.

Elk jaar maakt de Rekenkamer op de derde woensdag in mei bekend waar ministeries grote steken laten vallen. Deze dag wordt officieel Verantwoordingsdag genoemd, maar in politiek Den Haag wordt ook wel gesproken van ‘Gehaktdag’.

Bij het Openbaar Ministerie gaan volgens de Rekenkamer ook nog zaken mis. Slachtoffers van misdrijven moeten op de hoogte worden gehouden van hun zaak, maar dat gebeurt te weinig. Daardoor weten ze bijvoorbeeld niet wanneer de rechtszaak plaatsvindt, of wanneer de verdachte in hun zaak is vrijgelaten.

Gebeurt weinig met kritiek

De Rekenkamer wijst er in het algemeen op dat ministeries de afgelopen jaren te weinig deden met kritiek op Verantwoordingsdag. Bij een kwart van de zaken waar de Rekenkamer onvolkomenheden ziet, is er na vijf jaar nog niet genoeg verbetering te zien.

Er zijn ook dingen die juist beter gaan dan vorige jaren. De arbeidsparticipatie is bijvoorbeeld gestegen en het kabinet is volgens de Rekenkamer goed voorbereid op incidenten op het hoogspanningsnet. Ook zijn er voor de Nationale Zorgreserve 5000 mensen gevonden die in het geval van een crisis zorg kunnen leveren.