De Raad van State adviseert het kabinet een verhoging van de verkeersboetes te heroverwegen. Volgens de belangrijkste adviseur van het kabinet is het onduidelijk of de verhoging “noodzakelijk, evenredig en proportioneel” is.
Als de plannen doorgaan, gaan bestuurders vanaf volgend jaar bijvoorbeeld een tientje meer betalen als ze door rood licht rijden. Dat boetebedrag wordt verhoogd van 320 naar 330 euro.
Stijging van 220 procent
Afgelopen jaren hebben opeenvolgende kabinetten de verkeersboete vaak om “begrotingstechnische reden” verhoogd. Dat heeft ertoe geleid dat ze hard zijn gegroeid: sinds 1994 met ruim 220 procent, terwijl de kosten van levensonderhoud in diezelfde periode ‘maar’ met 70 procent toenamen.
Daarop is vanuit alle kanten kritiek gekomen, onder meer van rechters, onderzoekscentrum WODC, het Openbaar Ministerie en het Centraal Justitieel Incassobureau. De kritiek is onder meer dat de verkeersboetes te veel uit de pas lopen met andere soorten boetes, bijvoorbeeld die voor mishandeling en diefstal.
De vorige Justitieminister, Foort Van Oosten, liet weten het eens te zijn met deze kritiek, maar verhoogde de boetes toch. De huidige minister, David van Weel, wil de boetebedragen volgend jaar ook weer laten meestijgen met de inflatie om de begroting rond te krijgen.
Begroting geen goed argument
De Raad van State is dan ook kritisch op deze stap. Het adviesorgaan vindt het een “eerste, voor de hand liggende stap” om af te zien van de indexatie. Dat er dan een gat in de begroting ontstaat, is volgens de adviseurs geen goed argument.
“Het doel van deze boetes is het sanctioneren van strafwaardig gedrag en het vergroten van de verkeersveiligheid”, is te lezen in het advies. “Het verhogen van de tarieven van verkeersboetes dient dan ook in relatie te staat tot dat doel.”
De Raad van State adviseert over alle wetsvoorstellen en voorgenomen maatregelen van het kabinet. Het kabinet hoeft daar uiteindelijk niets mee te doen.