Bij de laatste Kamerverkiezingen was de opkomst onder mensen met een migratieachtergrond hoger dan die onder Nederlanders zonder migratieachtergrond. Daarvoor was dat andersom. Dat blijkt uit gegevens van het Nationaal Kiezersonderzoek.

“Het lijkt erop dat de nadruk op thema’s als integratie, migratie en islam tijdens verkiezingscampagnes, mensen met een migratieachtergrond heeft gemobiliseerd om politiek actiever te worden”, schrijven de onderzoekers.

Meer dan 10 procent van de kiesgerechtigden die stemden voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2025 is in het buitenland geboren. Cijfers laten zien dat kiezers met een migratieachtergrond gemiddeld minder vaak stemmen op de VVD, de PVV en christelijke partijen, en relatief vaker op GroenLinks-PvdA, Denk en links-georiënteerde partijen. Voor D66 en Volt zien de onderzoekers geen duidelijke verschillen ten opzichte van kiezers zonder migratieachtergrond.

Partij Denk heeft vooral steun onder Nederlanders met een Marokkaanse en Turkse migratieachtergrond. GroenLinks-PvdA scoort relatief hoog onder kiezers uit Azië, terwijl het CDA relatief populair is onder kiezers uit Caribisch Nederland.

Keuzes

De onderzoekers stellen dat de meeste kiezers zich qua stemkeuze bewegen binnen een politieke richting. Vaak gaat het daarbij om centrumlinks, centrumrechts of radicaal rechts. D66 vervult hierbij een rol als middenpartij die tussen deze blokken in ligt.

De meeste kiezers stappen niet over naar een totaal andere politieke richting, maar wisselen vooral tussen partijen binnen hetzelfde blok. Soms gebeurt die keuze pas laat, tijdens de verkiezingscampagne.

Onderwerpen zoals wonen en zorg waren voor veel kiezers belangrijk. Maar het was voor kiezers vaak niet duidelijk welke partij daar nou echt het beste of duidelijkste plan voor had, aldus de onderzoekers.

Het Nationaal Kiezersonderzoek wordt al al sinds 1971 gehouden. Voor deze editie zijn meer dan 6000 Nederlanders bevraagd over hun opvattingen en stemgedrag.