Een gebrek aan inlichtingen leidde tot veel burgerslachtoffers bij een luchtaanval op een bommenfabriek in de Iraakse stad Hawija. Dat concludeert de commissie-Sorgdrager, die onderzoek deed naar dit bombardement in 2015 door Nederlandse F-16’s. Volgens de commissie heeft Nederland bewust risico’s genomen.
Verder heeft toenmalig defensieminister Hennis de Tweede Kamer in de nasleep “keer op keer” onvolledig en onjuist geïnformeerd, concludeert de commissie onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager. Uitkomsten van het vandaag gepresenteerde rapport kwamen vorige week overigens al naar buiten via RTL Nieuws.
NOS en NRC brachten in 2019 aan het licht dat er bij het bombardement op een IS-bommenfabriek zeker 70 burgers om het leven waren gekomen.
Afhankelijk van de VS
Nederland wilde samen met de internationale coalitie die tegen IS streed enkel luchtaanvallen uitvoeren waarbij geen burgerdoden werden verwacht. Nederland was daarbij afhankelijk van inlichtingen van de VS en de aanval bleek veel destructiever dan verwacht. De regering zweeg daar jarenlang over.
Omdat Nederland alleen luchtaanvallen wilde uitvoeren zonder verwachte burgerdoden, werd vooraf door een Amerikaans team ingeschat wat de impact zou zijn. De conclusie was: als de aanval ‘s nachts wordt uitgevoerd, vallen er zeer waarschijnlijk geen burgerdoden. En dus ging de Nederlandse red card holder – de militair die groen licht moet geven voor elke aanval – akkoord.
Wat er zou gebeuren als de explosieven in de fabriek zelf zouden ontploffen, werd niet berekend. En daar ging het mis. Er lag een enorme hoeveelheid munitie in de fabriek die ontplofte.
Erg krap bezet
Het Nederlandse team in het Qatarese uitvoeringscentrum van de aanval was erg krap bezet, concludeert de commissie. De Nederlandse militairen “konden de Amerikaanse inlichtingen niet eigenstandig afwegen”. Er was geen intelligence-deskundige en geen juridisch adviseur aanwezig, anders dan de Tweede Kamer was voorgehouden. Zij hadden de wapeninzet beter kunnen beoordelen. Met de krappe bezetting is een bewust risico genomen, concludeert Sorgdrager.
Het kabinet heeft vervolgens “verzuimd” de Kamer te informeren over de gevolgen van het bombardement, aldus het rapport. De commissie wijst daarbij vooral naar Jeanine Hennis, minister van Defensie tussen 2012 en 2017. “Vier jaar lang heeft het kabinet de verantwoordelijkheid voor het melden van burgerslachtoffers bij het bombardement op Hawija voor zich uit geschoven”, luidt de conclusie.
De onthullingen over de burgerdoden in Hawija maakten veel los in de politiek. In 2021 werd er na druk van de Tweede Kamer 4 miljoen euro vrijgemaakt voor schadeherstel. Daarnaast spanden elf Iraakse nabestaanden een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat.