In de verhoren door de parlementaire enquêtecommissie Corona gaat het ook over de inzet op ‘groepsimmuniteit’. Volgens oud-premier Mark Rutte en oud-directeur infectieziektebestrijding van het RIVM Jaap van Dissel was die groepsimmuniteit geen “doel”, maar een “gevolg” van de Nederlandse corona-aanpak.

Maar vrijgegeven overheidsstukken en het laatste rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) geven een ander beeld: het kabinet benoemde ‘groepsimmuniteit’ aanvankelijk wel degelijk als “doel”. Na kritiek werd dat ingetrokken en werd groepsimmuniteit genoemd als een “wenselijk bijproduct” van de gekozen strategie.

‘Beschermende muur’

In zijn televisietoespraak van maart 2020 spreekt Rutte over “gecontroleerd groepsimmuniteit” opbouwen. Wie corona had gehad, was “meestal immuun”. Als de groep mensen die immuun waren zou groeien, zou er een “beschermende muur” rond kwetsbare mensen ontstaan.

Maar die aanname was toen al risicovol, zeggen hoogleraar infectieziektebestrijding Chantal Rovers en epidemioloog Alma Tostmann. Beiden zaten in de begeleidingscommissie van het laatste OVV-rapport naar de corona-aanpak. Want hoe scherm je kwetsbaren af? Wat zijn de gevolgen voor gezonde mensen? Rovers wijst op longcovid.

Ook was het onzeker hoe sterk en langdurig de immuniteit zou zijn. Toch werd er destijds binnen overheidskringen op gerekend. In een ministerieel verslag van maart 2020 staat: “We weten niet zeker of je het twee keer kan krijgen, maar zeer onwaarschijnlijk.”

“Ik geloofde aanvankelijk ook dat groepsimmuniteit via infectie de uitweg zou zijn”, zegt Hans Zaaijer. Hij hield tijdens corona in opdracht van de overheid antistoffen bij namens bloedbank Sanquin. Inmiddels noemt hij de aannames “volkomen onzin”. “Mensen kregen corona gewoon wéér! En gaven het door. Ook aan kwetsbare mensen.”

Tostmann spreekt van “wensdenken, richting illusie”. De “beschermende muur” van Rutte was volgens haar een “zandmuur, die steeds weer afbrokkelde”.

‘Kwetsbare uitleg’

Na Rutte’s toespraak kwam er kritiek en volgde er een Kamerdebat. In de voorbereiding daarvan schrijven Rutte’s ambtenaren dat ze twijfels over groepsimmuniteit verwachten van PVV-leider Geert Wilders. Omdat de ambtenaren daar “nog geen goed antwoord” op hebben, wordt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) om hulp gevraagd.

Dat instituut mailt dat, anders dan bij een lockdown, het “aannemelijk” is dat immuniteit ontstaat als het virus “rondgaat” onder gezonde mensen. “Gevolg” is groepsimmuniteit. Een van Rutte’s ambtenaren noemt dat een “kwetsbare” uitleg. Volgens hem was eerder “stelliger” geformuleerd dat groepsimmuniteit zou optreden, en was dat “de basis van onze hele aanpak”.

Rutte en Van Dissel verklaarden vervolgens dat groepsimmuniteit geen “doel” was maar een “gevolg” van het gekozen beleid. Het eerste OVV-rapport ging hier in mee: de term groepsimmuniteit kwam weliswaar voor in overheidsstukken, maar dat zou een weergave zijn van het “mediabeeld” na Rutte’s toespraak

Uit onderzoek van Nieuwsuur bleek echter dat groepsimmuniteit ook in andere stukken stond. In de presentatie van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) van 16 maart staat onder “doel“: “snelst mogelijke opbouw van kudde-immuniteit”.

Voetnoten

In haar derde onderzoeksrapport komt de OVV tot een scherpere lezing. Het kabinet presenteerde groepsimmuniteit wél als doel, en trok dat “na alle ophef” in. Daarna werd het een “effect” van het beleid. Geen neutraal effect, maar volgens de OVV een “wenselijk bijeffect”.

Uit onderliggende stukken blijkt dat het ministerie van Volksgezondheid tegen die conclusie bezwaar maakte. Maar de OVV wijzigde de tekst niet. Wel werden voetnoten toegevoegd die verwijzen naar Rutte’s toespraak en de genoemde Mccb-presentatie.

In recent door Nieuwsuur bestudeerde overheidsstukken komt ‘groepsimmuniteit’ opnieuw terug. In aantekeningen bij de Mccb-bijeenkomst gaat het over “zoveel mogelijk immuniteit opbouwen”. In een verslag van het Veiligheidsberaad van 16 maart staat: “gecontroleerde bewegingen over grenzen heen niet erg – goed voor immuniteit.”

Tostmann: “De betrokkenen zien immuniteitsopbouw kennelijk als voordeel. Die denken: dan halen we lekker nog wat besmettingen binnen.” Voormalig voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, Ernst Kuipers, zegt dat de stukken suggereren dat groepsimmuniteit “wel degelijk een rol heeft gespeeld, in ieder geval in de discussie. Het is opgepakt, en niet aan de kant gelegd als onzin”.

Infecteren

Op 21 maart overweegt een RIVM-medewerker een andere aanpak: “suppressie”: besmettingen onderdrukken met een lockdown, en daarna laag houden door bron- en contactonderzoek en isolatie. Zo “bouw je óók groepsimmuniteit op”, hoewel het “iets langer” duurt, staat in een mail.

Een collega antwoordt dat dan “alle grenzen dicht” moeten en iedereen die van buiten komt twee weken in quarantaine moet. “Ik denk dat we moeten leren leven met het virus.” Volgens de nieuwste modellen is de groepsimmuniteitsopbouw “meer dan we gedacht hebben”.

Op 11 april 2020 poneert een RIVM-medewerker een “alternatief scenario“: het (vrijwillig) “actief infecteren” van acht miljoen gezonde Nederlanders. Ze zouden “ruim gecompenseerd” worden. Tienduizend huisartsen zouden elk “twintig mensen per week infecteren”.

Het plan is nooit uitgevoerd, maar toont hoe ver het denken over immuniteitsopbouw kon gaan. Zaaijer zegt dat “dit soort ideeën” destijds ook door zijn hoofd gingen. “Zolang er geen vaccin was, dacht je bijvoorbeeld ook: medewerkers in verpleeghuizen moeten het gehad hebben, want dan kunnen ze cliënten niet meer aansteken.”

Ook na grootschalige vaccinatie ontstond er geen groepsimmuniteit, zeggen Rovers en Tostmann. Mensen bleven corona doorgeven. Kwetsbare mensen die zich vaccineerden, waren daarna wel beter beschermd tegen ernstige ziekte.

Geen van de betrokken overheidsorganisaties wilden ingaan op de stukken of vragen beantwoorden. Ze zeggen zich te willen focussen op de parlementaire enquête.