De oorlog met Iran en de daaropvolgende sluiting van de Straat van Hormuz hebben de kassen van grote olieconcerns flink gespekt. Vooral omdat de olieprijzen sinds maart hard zijn gestegen. Het zwengelt in heel Europa – en dus ook in Den Haag – de discussie aan of bedrijven geen belasting moeten betalen over die enorme winsten.

Dat er de afgelopen maanden flink is verdiend, is wel duidelijk: het Britse BP maakte de afgelopen drie maanden bijna 3 miljard euro winst, een dikke verdubbeling vergeleken met een kwartaal eerder. Het Franse TotalEnergies zag de winst dik 40 procent stijgen tot 4,6 miljard euro. In Italië moest ENI het doen met een bescheiden 18 procent meer winst, ruim een miljard euro.

Shell kwam vandaag met cijfers en boekte bijna 6 miljard euro winst over de eerste drie maanden van dit jaar. En dat is ruim een verdubbeling vergeleken met het vorige kwartaal. Bijna een miljard daarvan komt door de oorlog in het Midden-Oosten.

Investeringsklimaat

De oorlog in het Midden-Oosten zorgt voor hoge prijzen aan de pomp en hoge energierekeningen. De megawinsten staan dan in schril contrast, is de kritiek. Shell wil daarover geen vragen beantwoorden, maar komt wel met een schriftelijke reactie. “Invoering van een extra belasting met terugwerkende kracht, zou enorm schadelijk zijn voor het investeringsklimaat. Schadelijk voor de raffinagesector ook, die toch al in zwaar weer verkeert. Het zal Nederland uiteindelijk nog afhankelijker maken van importen uit het buitenland.”

Volgens econoom Mathijs Bouman is belasting innen met terugwerkende kracht juridisch een lastig verhaal. En dan ook nog voor één specifieke bedrijfsgroep. “Het kan moreel goed klinken, want die bedrijven maken nu veel meer winst. Dat kan raar voelen, maar dat betekent niet dat de overheid een deel van die winst zo maar kan afpakken.”

Energieplafond

Vorige maand stuurden vijf EU-landen een brief naar Brussel, aan Eurocommissaris Wopke Hoekstra, waarin ze er juist voor pleiten dat oliebedrijven die meer winst maken dan gebruikelijk wel extra belasting gaan betalen. Met dat geld kunnen er energiemaatregelen betaald worden.

Dat was eerder al gebeurd tijdens de energiecrisis in 2022 door de oorlog in Oekraïne. In Brussel werd toen besloten om extra winst te belasten via een ‘solidariteitsbijdrage’. Er werd door Nederland met een extra belasting van 33 procent dik drie miljard euro mee geïnd. Extra geld was welkom voor accijnsverlaging en bijvoorbeeld het energieplafond. Maar de bedrijven stapten naar de rechter en misschien moet de staat de miljarden terugbetalen.

Nederland tekende de recente brief aan Hoekstra niet. En ook in Brussel is er weinig enthousiasme voor het idee. “Belasting op overwinsten is een bevoegdheid van de lidstaten en lidstaten kunnen handelen op basis van nationale wetgeving. We voorzien momenteel geen Europees initiatief”, heeft de Europese Commissie laten weten.

Europa

Dat vindt Jesse Klaver van GroenLinks-PvdA onbegrijpelijk. Zijn partij wil de extra winsten zwaarder belasten. Omdat gewone mensen anders de rekening betalen van een conflict, vindt Klaver. “Het is niet uit te leggen in een tijd waarin je voor een volle tank benzine meer dan 100 euro betaalt. Een tijd waarin mensen het steeds moeilijker hebben om rond te komen.”

Alle belasting op winst verhogen, wat de overheid ook kan doen, heeft niet zijn voorkeur. “Omdat je dan alle bedrijven raakt. Ik zou vooral willen focussen op de overwinst die bedrijven maken. Maak daar in Europa nou afspraken over.”

Dat vindt ook D66-fractievoorzitter Jan Paternotte. “Laten we samen optrekken met Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, Portugal en andere landen die dit ook willen. Er zullen zeker meer rechtszaken komen. Maar het lijkt me gek als we vanwege mogelijke rechtszaken nu niet doen wat rechtvaardig is.”

Maar coalitiegenoten CDA en VVD denken er weer heel anders over. Want wanneer is er sprake van winst en wanneer van overwinst? Onbegonnen werk om zoiets eerlijk in te voeren, vreest CDA-leider Henri Bontenbal. “Je moet dan eerst weten waar die winst wordt gemaakt. Mijn veronderstelling is dat dat vooral gebeurt op plekken waar ze olie uit de grond halen. Daarnaast zijn het ook bedrijven die niet in Nederland zijn gevestigd.”

VVD-minister van Financiën Eelco Heinen wil kijken naar de ideeën, maar ziet ook weinig kansen voor de uitvoerbaarheid. Daar kan je boos om zijn, zegt Bontenbal, “maar dan ben je eigenlijk boos op een internationale oliemarkt. Waar we gewoon aan vastzitten.”