Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers wil dat het demissionaire kabinet de spreidingswet handhaaft en een minimumaantal opvanglocaties vaststelt. Dat zegt COA-bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker in Nieuwsuur.
De spreidingswet is bedacht om asielzoekers eerlijker over het land te verdelen. Het demissionaire kabinet wil ervan af, maar voorlopig geldt de wet nog.
Het COA werkt mede daarom gewoon door aan nieuwe opvanglocaties, hoewel de asielinstroom daalt. Als die daling doorzet, zouden zulke locaties ook voor andere doelgroepen gebruikt kunnen worden, zegt Schoenmaker. Als voorbeeld noemde hij in Nieuwsuur spoedzoekers: mensen die door omstandigheden per direct een woning nodig hebben.
“Als de instroom daalt, daalt de opvangcapaciteit ook, tot een bepaald minimum. We zouden graag zien dat dit demissionaire kabinet dat minimum vastlegt en ons nog even onze gang laat gaan met de spreidingswet. Dan bouwen we iets moois op voor heel Nederland.”
Miljard euro besparen
Er is nu nog nauwelijks doorstroming vanuit het aanmeldcentrum in Ter Apel naar azc’s in het land. Gemeenten in de provincie Utrecht scoren het slechtst. In die provincie zijn zo’n 4500 plekken, waar dat er ruim 8000 moeten zijn. Daar waar gemeenten wél meer opvangplekken hebben gemaakt, is meer dan de helft noodopvang.
Door weerstand tegen permanente azc’s en een gebrek aan geschikte locaties, kiezen gemeenten steeds vaker voor die tijdelijke noodopvang. Daarom is Schoenmaker met veel gemeenten in gesprek is over langdurige opvanglocaties. “Noodopvang is sneller te regelen. Maar we werken nu aan reguliere opvang voor periodes van vijf, tien jaar of langer.”
Die zijn veel goedkoper dan noodopvang in hotels, sporthallen en op schepen, benadrukt hij. Het schrappen van alle tijdelijke opvang zou zelfs een miljard euro kunnen besparen, denkt het COA, de overheidsinstantie die asielopvang regelt.
Het COA heeft in een bos bij De Bilt een pand gekocht: er moet een permanent asielzoekerscentrum komen voor zo’n 300 mensen:
“De politieke besluitvorming, het maken van plannen en het bouwen van asielzoekerscentra vergt veel tijd”, zegt Schoenmaker. “Locaties vinden is moeilijk en wij krijgen ook niet altijd snel alles op een rijtje.”
Het COA, provincies en gemeenten zijn wel unaniem enthousiast over de spreidingswet en willen de wet dan ook graag houden. Zonder de wet hadden nooit zoveel gemeenten concrete plannen gemaakt voor asielopvang, zegt Schoenmaker. “Het heeft een zet in de rug gegeven. We zijn met veel gemeenten in gesprek waar we vroeger niet mee in gesprek waren.
Oud-minister Marjolein Faber (PVV) wilde de wet intrekken en liet zich meermaals kritisch uit over het COA en de de asielopvang in Nederland. Zo weigerde ze te tekenen voor lintjes voor vijf oud-COA-medewerkers en verbood ze een uitje voor jonge asielzoekers naar de Efteling.
Schoenmaker noemt het terugkijkend toch een prima contact dat hij met minister Faber had. “We konden altijd prima overleggen en in contact komen.”
‘Niet ingewikkelder’
Maar het is niet altijd makkelijk om elke dag weer voor mensen een plekje te zoeken en Ter Apel te ontlasten, zegt hij. Wat verwacht hij in dat verband van Mona Keijzer (BBB) die namens het kabinet verantwoordelijk wordt voor onder meer het COA en de spreidingswet? “We kijken niet hetzelfde aan tegen het asielbeleid”, zegt Schoenmaker.
Hij heeft al wel appcontact gehad en pleit er vooral voor dat Den Haag het voor het COA niet ingewikkelder gaat maken. Het opknippen van het departement tussen drie ministers is wat hem betreft dan ook niet handig. “Knopen moeten worden doorgehakt. Dat is makkelijker met één bewindspersoon dan met drie.”
Totdat de drie ministers het ministerie van Asiel en Migratie overnemen, is demissionair minister van Justitie en Veiligheid David van Weel nog verantwoordelijk. Hij laat Nieuwsuur weten dat hij “dagelijks overlegt met het COA en gemeenten om eventuele knelpunten op te lossen”.