De beslissingen die Brabantse bestuurders in het begin van de coronacrisis namen, hadden uiteindelijk invloed op het hele land. Dat bleek vandaag bij de parlementaire enquête over corona.
In Noord-Brabant en Limburg greep het virus eerder om zich heen dan op andere plekken in Nederland. Dat kwam vooral doordat er eind februari 2020 carnaval werd gevierd, wat een ‘superspreading event’ bleek te zijn.
Jan Kluytmans werkte toen als microbioloog in een ziekenhuis in Breda. Toen hij begin maart op grote schaal mensen in het ziekenhuis begon te testen, werd hem duidelijk dat corona al veel verder verspreid was dan gedacht.
“De directeur van de GGD dacht op dat moment dat we 6000 covidbesmettingen hadden”, vertelt Kluytmans aan de commissie. “Wij hadden in Brabant een aantal berekeningen naast elkaar gelegd en zeiden dat het er al minstens 40.000 tot 50.000 waren.”
De ernst van de situatie was ook al vrij snel duidelijk voor Jack Mikkers, burgermeester in Den Bosch. Nadat hij tot de conclusie was gekomen dat bron- en contactonderzoek de verspreiding van het virus niet meer kon tegenhouden, ging hij naar Den Haag om dat duidelijk te maken.
Volgens beide mannen lukte het hun in het begin niet om de urgentie aan iedereen over te brengen. “Er waren verschillende geluiden”, zegt Kluytmans, die als enige uit Brabant in het Outbreak Management Team (OMT) zat. “In het zuiden was het volledig verspreid op grote schaal, onder de radar. Maar collega’s in andere delen van het landen vonden niets.”
‘Ambtenaren vonden het onvoorstelbaar’
Mikkers probeerde in Den Haag op een bijeenkomst hoge ambtenaren tot maatregelen te bewegen. “Ik zei: als dit in Brabant heerst, moeten we tot strenge maatregelen komen. Bijvoorbeeld geen vervoer meer”, zegt Mikkers. “Dat vonden sommige ambtenaren onvoorstelbaar.”
De Bossche burgemeester pleitte ervoor om de naleving van de coronaregels meer ‘chefsache’ te laten worden. “Als de minister-president het niet kon doen, dan misschien de koning”, zegt hij. “Want het was niet alleen een gezondheidscrisis, het was ook een boodschap van hoe Nederland met elkaar om moet gaan in een onzekere tijd.”
Mikkers besloot uiteindelijk om samen met andere voorzitters van veiligheidsregio’s voor Noord-Brabant extra maatregelen af te kondigen. De dag na de eerste coronapersconferentie van het kabinet maakten de Brabantse bestuurders bekend dat grote evenementen niet meer door konden gaan.
Toen niet veel later de ziekenhuizen in Brabant volliepen met coronapatiënten, wilden ze in Noord-Brabant opnieuw extra maatregelen nemen. De voorzitters van de veiligheidsregio’s planden een persconferentie, waarin ze vergaande plannen wilden aankondigen. Het ging onder meer om een sluiting van de horeca.
Maar toen belde premier Rutte met de vraag of die persconferentie kon worden afgeblazen, omdat het kabinet ook met meer landelijke maatregelen wilde komen. Dat vonden Mikkers en zijn collega’s goed, maar ze hadden wel één eis: het kabinet moest zo snel mogelijk, nog diezelfde dag, de maatregelen uitroepen.
De Brabantse bestuurders stuurden vervolgens hun lijst met maatregelen naar het kabinet. “Die kon als basis dienen voor het kabinet”, vertelt Mikkers aan de commissie. Nog diezelfde avond kondigde het kabinet de eerste vergaande coronamaatregelen aan. “Het maatregelenpakket voor Brabant ging zo uiteindelijk voor heel Nederland gelden”, zegt Mikkers tegen de commissie.