Morgen is het zover, dan krijgt Nederland een opmerkelijke nieuwe premier: de eerste van D66-huize, de eerste die openlijk homo is en de jongste in deze functie ooit.

Rob Jetten (nog een maand 38) heeft er zin in. Sinds duidelijk is dat hij het kabinet gaat leiden, lijkt hij een paar centimeter gegroeid, constateerde podcast De Stemming.

De ophef over een beoogd D66-staatssecretaris met een niet kloppend cv doet daar niets aan af. Niemand doet iets foutloos, zei hij deze week. En door, met opgeheven hoofd.

‘Robot Jetten’

Jetten groeide op in het Brabantse Uden, deed aan atletiek en was zo’n goede sprinter dat hij eens tempomaker was van Sifan Hassan bij een halve marathon. Hij had topsporter willen worden, maar een hartritmestoornis waarvoor hij nu een chip in zijn borst heeft, verhinderde dat.

Het werd een bliksemcarrière in de politiek. Eerst was hij voorzitter van de Jonge Democraten en daarna gemeenteraadslid en fractievoorzitter in Nijmegen. In 2017 werd hij Tweede Kamerlid en al zo’n anderhalf jaar later, op zijn 31ste, fractievoorzitter.

Aan die rol moest hij even wennen. Hij herhaalde zo vaak achter elkaar dezelfde, ingestudeerde antwoorden, dat hij korte tijd ‘Robot Jetten’ werd genoemd. Hij trok zich er weinig van aan en bleef zich onvermoeibaar inzetten voor thema’s als klimaat, Europa en de emancipatie van lhbti’ers.

En er ontpopte zich een zelfverzekerde politicus:

Toenmalig VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff noemde hem in 2019 ‘klimaatdrammer’. Jetten omarmde dat en liet het op een sweater drukken, die hij graag bij openbare gelegenheden droeg.

Bijvoorbeeld toen hij in 2021 als secondant van toenmalig D66-leider Sigrid Kaag meepraatte over de totstandkoming van het kabinet-Rutte IV. Hij werd minister van Klimaat.

De klimaatdrammer-trui, die naar eigen zeggen nog lekker zit en daarom niet is weggegooid, verdween uit beeld. In plaats daarvan toonde Jetten zich meer een pragmaticus, niet bang om in te leveren op zijn standpunten.

Hij moest wel. Jetten had de ambitie om forse stappen te zetten wat betreft klimaatverbetering, maar een maand na zijn aantreden viel Rusland Oekraïne binnen en moest hij besluiten om de kolencentrales waar hij vanaf wilde, harder te laten draaien.

Het kabinet viel in 2023 en Jetten, die een stap opzij had gedaan voor Sigrid Kaag, wierp zich op als haar opvolger. “Het is tijd voor een nieuwe generatie”, zei hij en liet meteen ook weten dat hij wel voelde voor het premierschap.

Daarvoor was het nog te vroeg. De partijen die deel uitmaakten van Rutte IV moesten de rekening betalen. Dat gold met name voor D66, dat door velen werd neergezet als een elitaire woke partij.

De eerste keer dat Jetten lijsttrekker was, verloor D66 vijftien zetels in de Tweede Kamer, er bleven er maar negen over. Hoe anders ging dat de tweede keer. Vlak voor de verkiezingen van eind oktober begon de partij opeens te stijgen in de peilingen.

De jonge lijsttrekker straalde het optimisme uit, waar veel kiezers kennelijk naar snakten in gepolariseerde tijden. Onder de leuze ‘Het kan wél’ claimde hij de Nederlandse vlag terug van partijen als de PVV. Het migratiestandpunt van D66 werd aangescherpt.

Aanstaand huwelijk

Het hielp mee dat hij het in campagnetijd goed deed in het populaire tv-programma De Slimste Mens, waar hij stralend vertelde over zijn aanstaande huwelijk met de Argentijnse hockey-international Nicolás Keenan.

De energieke Jetten voerde na een aanval op het D66-campagnekantoor een bijna vlekkeloze campagne. Hij maakte een uitglijder in het EenVandaag-debat, waar hij zei dat “een aantal kerels” wel zin zou hebben om met kroonprinses Amalia een militaire training te doen.

Maar net als zijn immer opgewekte voorganger Mark Rutte, waar hij veel mee wordt vergeleken, lijkt hij een teflonlaagje te hebben waar niets aan blijft plakken.

In het debat over het coalitieakkoord, begin deze maand, ging het er “af en toe heel hard aan toe”, beaamde hij, maar hij had toch ook “mooie aanknopingspunten” gehoord “waar we mee verder kunnen”. Het is een opmerking die de huidige NAVO-baas ook had kunnen maken.

Voormalig D66-leider Sigrid Kaag zegt in de Volkskrant: “Hij heeft geen ego dat hem in de weg zit.” En daarmee past hij goed bij het soort mensen dat hij voor zijn minderheidskabinet zocht: zonder een al te groot ego, bereid om over de eigen schaduw heen te stappen.