De energietransitie verloopt met horten en stoten en dat merken zowel burgers als bedrijven. Fluctuerende energieprijzen zorgen voor onzekerheid bij bedrijven, als ze überhaupt al een aansluiting kunnen krijgen. Hogere energierekeningen maken met name huishoudens met lagere inkomens kwetsbaar.

De Nederlandse economie, die decennia gestoeld was op de toevoer van even goedkoop als betrouwbaar gas, moet nu in sneltreinvaart over op elektriciteit. En het gaat hard. Inmiddels komt de helft van de Nederlandse energieproductie uit duurzame bronnen, met name dankzij wind- en zonne-energie.

Maar nu de verduurzaming van de zware industrie langzamer verloopt dan verwacht, blijft de vraag naar duurzame energie achter. Waar windparken een aantal jaar zonder subsidie konden worden gebouwd, zorgen naast de tegenvallende vraag ook inflatie en stijgende productieprijzen ervoor dat dit jaar geen enkel bedrijf geïnteresseerd was in de bouw van nog een windpark op de Noordzee.

Omdat zon en wind het ritme van de energieprijzen bepalen, zorgt dat voor grotere pieken en dalen – en daarmee onzekerheid bij bedrijven en burgers. Huishoudens willen wel verduurzamen, maar weten niet waar ze verstandig aan doen en vrezen hoge prijzen.

Stabiel overheidsbeleid

Deze onzekerheid het hoofd bieden, vraagt om stabiel overheidsbeleid. En daar schortte het aan onder het nu demissionaire kabinet, zegt Kees Vendrik van het Nationaal Klimaat Plaform. Vendrik schoof vandaag aan bij de formatiegesprekken tussen D66 en CDA. “De energietransitie betekent ook het verduurzamen van huizen, het opknappen van buurten. Geef mensen perspectief en doe dat ook snel. Laat zien dat zij het verdienen om profijt hebben van die hele grote verbouwing.”

Oud-ASML topman Peter Wennink, die door demissionair minister Vincent Karremans (Economische Zaken) werd aangesteld als onafhankelijk adviseur voor de versterking van het investeringsklimaat, deelt vandaag aan de formatietafel de zorgen van het bedrijfsleven. “Gevestigde bedrijven in Nederland missen de ondersteuning om te kunnen ondernemen. En als ze dat in een ander land wel kunnen, niet eens zo ver weg, dan is het logisch dat ze zeggen dat het dan daar maar moet.”

Voorzichtig optimisme

Uit een analyse van de verkiezingsprogramma’s blijkt dat zowel D66 en CDA het belang van verduurzaming onderschrijven. Beide partijen steunen de klimaatdoelen en vinden het belangrijk om Nederland in de toekomst energie-onafhankelijk te maken. Dat geldt ook voor beoogd coalitiepartner VVD, die vanuit economisch perspectief ook bereid is om “fors te investeren” in wind op zee.

Reden voor voorzichtig optimisme, vindt Vendrik. “Ik hoop op een gretig kabinet”, zegt hij. “Een goed teken is dat veel lijsttrekkers hebben aangegeven hier werk van te willen maken. Daar zitten Rob Jetten en Henri Bontenbal bij. De partijen die om tafel zitten, zien de urgentie.”

Toch zal een komend kabinet snel met oplossingen moeten komen. Helemaal gezien de forse uitgaven die we doen aan zorg, sociale zekerheid, onderwijs en defensie. Wennink: “Het gaat om wat moeten we doen vanuit onze economische kracht. Er zijn een heleboel creatieve en goede ideeën om die economie verder te helpen en ook over tien, twintig jaar de economische welvaart te hebben waarmee we de samenleving in stand kunnen houden. Dat betekent wel dat we nu keuzes moeten maken.”

Wind op zee, of toch kernenergie?

Het demissionaire kabinet wil vier nieuwe kerncentrales bouwen. Wat D66 betreft trekt de overheid geen extra middelen uit voor nog meer kerncentrales. De partij vindt daarin GroenLinks-PvdA aan haar zijde. Het CDA ziet naast de vier geplande centrales ruimte voor kleinere kerncentrales. Datzelfde geldt voor de VVD.

Om een kabinet ‘over rechts’ te vormen lijkt JA21 onmisbaar. De partij van lijsttrekker Joost Eerdmans houdt er een heel andere filosofie op na: geen subsidies voor windparken of zonnepanelen, maar in plaats daarvan in de komende vijfentwintig jaar tenminste 20 gigawatt aan kerncentrales bouwen. Ook wil de partij de gaswinning in Groningen hervatten.

Daarmee lijkt het erop dat D66-leider Rob Jetten en CDA-voorman Henri Bontenbal elkaar bij het opstellen van de ‘positieve agenda’ op het gebied van klimaat en energie zullen kunnen vinden, maar dat ze er een behoorlijke kluif aan zullen hebben om meerderheden te vinden voor hun beleid.