De afgelopen campagneweken werden D66 en CDA uitgedaagd: willen deze partijen, die vermoedelijk een sleutelrol gaan spelen bij de formatie, nou een links of een rechts kabinet?
CDA-lijsttrekker Henri Bontenbal bekende (voorzichtig) kleur, maar D66-leider Rob Jetten weigert een voorkeur te onthullen. Hij noemt “links-rechts een achterhaald concept”. Heeft hij gelijk?
De termen links en rechts ontstonden in de Franse Revolutie, maar de Nederlandse politiek was lang verdeeld in zuilen, zegt politiek onderzoeker Josse de Voogd. “Men stemde vooral langs religieuze lijnen. In de jaren 70 werden links en rechts belangrijker.”
Die nieuwe tegenstelling pakte gunstig uit voor de democratie, betoogt hoogleraar politicologie Tom van der Meer (Universiteit van Amsterdam). “Eerst stemden mensen op een partij omdat die paste bij hun zuil, klasse en religie. Later is de kiezer echt gaan kiezen. Welke partij past nou het beste bij mijn waarden? Dat is vanuit democratisch oogpunt precies wat je wilt.”
Links vs rechts
Linkse partijen leggen de nadruk op gelijkheid. Ze willen een overheid die inkomensverschillen verkleint en zaken als zorg, onderwijs en klimaatbeleid regelt. Rechtse partijen benadrukken individuele verantwoordelijkheid en vrijheid en willen een kleinere overheid met meer ruimte voor marktwerking en minder herverdeling van inkomen.
Links-rechts gaat in essentie om de vraag hoeveel belasting de overheid heft en hoe die dat geld vervolgens verdeelt. “Maar in debatten houden politici zich niet aan die klassieke, wetenschappelijke ordering”, zegt onderzoeker Willem Blanken. “Voor of tegen Zwarte Piet wordt ook onder links en rechts geschaard.”
Maar voor sociaal-economische thema’s blijft links-rechts een goede manier om te weten waar partijen staan, vindt Blanken. Als een partij voor belastingverhoging voor de rijken is, vindt die waarschijnlijk ook dat het bouwen van sociale huurwoningen meer prioriteit moet krijgen dan het bouwen van koopwoningen. “Die samenhang is heel sterk.”
Wel zijn er thema’s die minder makkelijk onder links-rechts te scharen zijn, zoals migratie en buitenlands beleid. Voor het Kieskompas, waar hij directeur van is, ordent Blanken partijen daarom ook langs een culturele lijn: progressief-conservatief. Met de stemhulp kunnen mensen vervolgens hun eigen positie in het schema bepalen. Dat gebeurde in 2023 drie miljoen keer.
Het Kieskompas bepaalt de positie van partijen (en die van jou) op basis van dertig stellingen. Vergeleken met de vorige verkiezingen zijn er wat verschuivingen te zien:
Vooral de BBB valt op, maar politicoloog Simon Otjes plaatst kanttekeningen bij die verschuivingen. Het Kieskompas gebruikte dit jaar andere stellingen dan bij de vorige verkiezingen, “maar om ontwikkelingen door de tijd te kunnen volgen, moet je precies dezelfde stellingen gebruiken”. Als dezelfde stellingen zouden zijn voorgelegd als in 2023, zou de BBB misschien meer naar links in het schema zijn uitgekomen.
Blanken noemt de kritiek onterecht. Hij erkent dat een precieze vergelijking niet te maken is, maar vindt dat je op basis van zijn methode wel degelijk kunt stellen dat de BBB flink naar rechts is verschoven. “De BBB gaf over de hele linie meer uitgesproken antwoorden. Op de stellingen die hetzelfde waren als in 2023 gaven ze acht keer een antwoord waardoor ze meer rechts en conservatief uitkomen.”
Andere partijbewegingen vindt Blanken ook goed te verklaren. D66 is wat conservatiever geworden op migratiegebied, en gaf ‘linkse’ antwoorden op nieuwe stellingen over het verhogen van belastingen op grote vermogens en de afbouw van de hypotheekrenteaftrek.
Eén as voldoende?
Maar Otjes heeft nog een fundamenteler kritiekpunt: de lijn progressief-conservatief vindt hij eigenlijk overbodig. De meeste stellingen “vallen naadloos in de links-rechts-tegenstelling”. Linkse partijen geven meestal progressieve antwoorden en rechtse partijen conservatieve.
Voor culturele kwesties die níet samenvallen met links-rechts, is de progressief-conservatief-verdeling vaak juist verwarrend, zegt Otjes. “Christelijke partijen zijn bijvoorbeeld over Israël-Gaza relatief conservatiever dan gemiddeld, maar progressief over de strafbaarstelling van illegaliteit.”
Op de culturele lijn is het verband tussen onderwerpen minder sterk, erkent ook Blanken. “Als je heel progressief bent op klimaat, betekent dat zeker niet automatisch een progressief antwoord op de migratie-stelling. Daarom moet je na het invullen van de stemhulp altijd zelf verder op onderzoek uitgaan.”
In tegenstelling tot wat Jetten stelt, lijkt links-rechts dus de beste manier om partijen te ordenen. Toch houdt Blanken vast aan twee assen. D66 heeft weleens rechtsboven gezeten in het Kieskompas, en PVV linksonder, benadrukt hij. “De PVV was eerder meer economisch beschermend, maar is nu aan het verrechtsen.”
Wispelturig
In Nederland zitten nu geen uitgesproken links-conservatieve of rechts-progressieve partijen, maar die kiezers zijn er wel degelijk, ziet Blanken. Ook De Voogd ziet dat partijen een fors deel van de kiezers niet aanspreken. “Veel kiezers worden als wispelturig en zwevend neergezet, terwijl ze eigenlijk best een consistente opinie hebben. Het partijlandschap past alleen niet goed bij ze.”