Het oorlogsarchief van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) wordt zo snel mogelijk voor iedereen digitaal beschikbaar en doorzoekbaar. In het archief staan namen van overleden Nederlanders die mogelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter hebben samengewerkt, gecollaboreerd, of daarvan werden verdacht.

Het demissionaire kabinet dient een wijziging van de archiefwet in bij de Tweede Kamer met “passende maatregelen” die gericht zijn op het beschermen van persoonsgegevens, bijvoorbeeld een melding als het gaat om nog levende personen. Ook komt in de archiefwet het maatschappelijk belang van het openbaar maken te staan.

Verantwoordelijk minister Moes vindt snelheid belangrijk omdat de mensen die belangstelling hebben in het archief vaak al op hogere leeftijd zijn.

Daarnaast is het voor onderzoekers veel werkbaarder om een toegankelijk archief te kunnen raadplegen. Moes: “Zeker nu steeds minder ooggetuigen nog in leven zijn worden archiefstukken belangrijker om het verhaal van de Tweede Wereldoorlog te vertellen.”

Alleen namenregister openbaar

Het oorlogsarchief bevat veel persoonlijke gegevens over collaborateurs of mensen die verdacht werden, en daarmee ook informatie over slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

Door de enorme hoeveelheid persoonlijke informatie mocht het archief van de Autoriteit Persoonsgegevens niet openbaar gemaakt worden omdat de “wettelijke basis” daarvoor ontbrak.

Er werd een soort tussenoplossing gevonden door alleen het namenregister openbaar te maken. Belanghebbenden die een naam wilden onderzoeken, konden zich inschrijven om het archief begeleid te komen inzien. Zij mochten bijvoorbeeld geen kopieën maken.

‘Grote maatschappelijke beroering’

In januari vorig jaar werd het namenregister openbaar. In lang niet alle gevallen was de beschuldiging of verdenking van collaboratie terecht.

Want er staan niet alleen collaborateurs in, maar ook bijvoorbeeld mensen die na onderzoek zijn vrijgepleit van samenwerking met de Duitsers, of zelfs Joden die in een concentratiekamp zijn vermoord. Ook zijn namen opgenomen van mensen van wie er geen dossier is.

Mensen raakten in onzekerheid of bijvoorbeeld een familielid nu wel of niet ‘fout’ was in de oorlog. Het oorlogsinstituut NIOD sprak van “een zorgwekkende en zeer onwenselijke situatie”, die heeft geleid tot “grote maatschappelijke beroering”.

Vanaf 2 februari

Het aantal plekken waar mensen de onderliggende dossiers bij de namenlijst konden inzien werd uitgebreid. Sinds 1 juli is het CABR-oorlogsarchief digitaal doorzoekbaar op een aantal computers in de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag.

Daar worden vanaf 2 februari 2026 extra tijdelijke voorzieningen aan toegevoegd. Burgers en wetenschappers kunnen dan in elke provincie een plek reserveren om het oorlogsarchief digitaal te raadplegen.

Daarnaast kan iedereen met een onderzoeksbelang onder bepaalde voorwaarden in elf zogeheten Regionale Historische Centra onderzoek doen in het oorlogsarchief. En er komt er een voorziening gericht op wetenschappelijk onderzoek bij het NIOD in Amsterdam.

Wanneer het archief voor iedereen digitaal te raadplegen is, hangt af van de snelheid waarmee de Tweede en daarna de Eerste Kamer de wet behandelen.

Geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog?

Abonneer je dan hier op onze nieuwsbrief.