Het kabinet overweegt om meer risico’s nemen op het stroomnet om een aansluitstop in het midden van het land te voorkomen, door een deel van de reserveruimte in te zetten. Dat schrijft staatssecretaris De Bat (Energie) aan de Tweede Kamer.
Dat betekent bijvoorbeeld dat bestaande kabels zwaarder worden belast of dat netbeheerders overcapaciteit die is bedoeld voor bijzondere omstandigheden gaan inzetten. Hierdoor is er wel meer risico op storingen, aldus de staatssecretaris.
Opties en effecten
De CDA-staatssecretaris suggereert dat netbeheerder Tennet uitbreidingscapaciteit vanuit elders kan “verschuiven” naar het midden van het land. Of deze ingrepen genoeg zijn om nieuwe aansluitingen op het stroomnet mogelijk te maken, moet Tennet beoordelen.
De Bat schrijft dat “tot en met april” opties en effecten in kaart worden gebracht. Tegen die tijd moet worden besloten of een volledige aansluitstop noodzakelijk is, of toch kan worden voorkomen.
De netbeheerder waarschuwde vorige maand dat een stop dreigt in Flevoland, Utrecht en Gelderland. Dat zou betekenen dat er vanaf de zomer in deze provincies ook geen nieuwe contracten voor woningen meer afgegeven kunnen worden. De situatie in de regio’s is volgens De Bat “uitzonderlijk” en niet in lijn met het landelijke beeld van het stroomnet.
‘Geen taboes’
Het stroomnet is op veel plekken in Nederland overvol, waardoor nieuwe huizen of bedrijven niet altijd een stroomaansluiting kunnen krijgen of daar lang op moeten wachten. De elektriciteitskabels moeten namelijk niet overbelast raken op het moment dat veel mensen tegelijk veel stroom gebruiken.
Het kabinet wil een aansluitstop “koste wat kost” voorkomen. Wat De Bat betreft zijn er “geen taboes” om de knelpunten in het midden van het land op te lossen, “ook als die pijnlijk en duur zijn”. Die taak ligt bij een crisisorganisatie waar onder meer de provincies, meerdere ministeries en netbeheerders bij betrokken zijn.