Bijna zal het kabinet-Jetten de honderd dagen aantikken. Honderd dagen van zoeken naar meerderheden in de Tweede én Eerste Kamer, voor zo ongeveer elk plan. Ondanks al het optimisme in het begin vindt de expert die de coalitiepartijen adviseerde over de minderheidsconstructie dat het kabinet nog wel wat te leren heeft.

D66, VVD en CDA kozen voor een minderheidsregering die niet bij voorbaat kan rekenen op steun in de Tweede Kamer. Landen als Denemarken en Zweden dienden als voorbeeld. Claes de Vreese, hoogleraar politieke communicatie en expert op het gebied van minderheidskabinetten, adviseerde het kabinet vooraf over het minderheidskabinet. “Een gewaagd experiment”, zegt hij.

In Denemarken zijn ze gewend om een land op succesvolle wijze te besturen met een minderheid, zegt De Vreese. Hij mist bij alle betrokken partijen in Nederland het besef dat er nu een minderheidskabinet is. “Goede gesprekken met de oppositie zijn echt nodig. Politiek vertrouwen en onderling vertrouwen zijn vereisten voor het laten slagen van het experiment van dit kabinet.”

Kritiek en acties

De plannen van het kabinet kunnen rekenen op weinig enthousiasme. De werkgeversorganisaties hebben kritiek, de vakbonden dreigen met acties en oppositiepartijen verwijten het kabinet met te weinig goeie plannen te komen. “Je ziet nu vanuit het kabinet: dit is ons voorstel. In sommige gevallen presenteren ze het alsof ze een meerderheidskabinet hebben”, zegt De Vreese.

In Zweden en Denemarken zijn de meeste kabinetten minderheidskabinetten. In Noorwegen de afgelopen vijftig jaar zelfs allemaal. Die kabinetten zitten doorgaans de hele rit uit en leveren stabiel beleid op. Nederland heeft amper ervaring met een minderheidskabinet. Het laatste échte minderheidskabinet dateert uit 1939: kabinet-Colijn V hield het toen slechts enkele dagen vol.

Op de markt in Den Haag hebben veel mensen geen goed woord over voor het kabinet-Jetten:

“Als je het besef dat je in een minderheidskabinet zit, laat indalen, ga je je misschien ook anders opstellen. Als oppositiepartij ben je dan ook een soort medewetgever”, zegt De Vreese. “Over twee jaar zijn de rollen misschien omgedraaid. Dat besef, dat je af en toe aan het stuur zit en af en toe in de oppositie maar allemaal gezamenlijk wetgeving maakt, ontbreekt nu.”

Samen met hoogleraar politicologie Tom van der Meer hamerde De Vreese aan de start van het minderheidskabinet op een goede samenwerking en eenduidige communicatie. Maar hij ziet daar nu nog te weinig van terechtkomen. “Je moet heel open zijn als je samen iets voor elkaar wilt krijgen. Dus niet alles tot in details vastleggen. Hoofdlijnen en dan de oppositie erin meekrijgen. Er is geen oude stijl meer.”

Een aantal bewindslieden ziet de toekomst nog steeds niet somber in. Ondanks alle kritiek:

Dat het kabinet vooral inzet op vooral kleine onderwerpen, baart De Vreese ook zorgen. Beter zou volgens hem zijn dat het kabinet met grote thema’s aan de slag gaat. “En daar dan een breed draagvlak bij zoeken om ook echt jaren vooruit te kunnen. Iedereen betrekken. Dan verander je ook echt de cultuur vanuit een minderheidskabinet.”

Politiek duider Arjan Noorlander

“Het is de droom versus de praktijk. Er is een politiek trauma na het kabinet-Schoof, na de politiek van dat kabinet. Met alleen maar uitvergrote conflicten, waarbij juist het tegengeluid electoraal wordt gewaardeerd en oplossingen minder belangrijk zijn. Het vertrouwen is nog niet terug. Men zit naar elkaar te kijken. Wie gaat er bewegen? En bewegen is wel nodig, maar dat is nog niet begonnen.

Onderling zijn de coalitiepartijen het ook niet eens. Op tal van terreinen. Als je het met zn drieën niet eens bent, ga je ook de oppositie niet meekrijgen. Met oppositiepartij GroenLinks-PvdA is in maart voor het laatst gesproken. Onderhandelen op hoog niveau gebeurt niet. Terwijl ook de oppoitie vertrouwen moet krijgen.

Er is tijd nodig. Snelheid en politieke stabiliteit gaan niet samen. Ze hebben nog bijna vier jaar de tijd. Dus iets meer rust inbouwen als ze er een succes van willen maken en iets willen bereiken.”

Het kabinet-Jetten kampt met nog een probleem: Nederland heeft ook een Eerste Kamer. Die moet ook akkoord gaan met regeringsbeleid. Coalities moeten ook daar een meerderheid krijgen. Scandinavische landen hebben een éénkamerstelsel, zonder Eerste Kamer. “De Eerste Kamer is eigenlijk een derde politieke ronde geworden. Die politieke rol maakt het extra complex”, zegt De Vreese.

In Denemarken geldt ook het principe van ‘negatief parlementarisme’: een regering kan aanblijven zolang er geen meerderheid tégen is. Dat is wezenlijk anders dan het idee dat een kabinet een vaste meerderheid vóór zich moet hebben.

De Vreese: “Je moet bereid te zijn te onderhandelen en akkoord te gaan met dingen die je niet per se leuk vindt. Kabinet én oppositie.”