De Verenigde Staten maken zich zorgen omdat Nederland een Amerikaans bedrijf heeft verboden om het Nederlandse IT-bedrijf Solvinity over te nemen. Dat zei de Amerikaanse ambassadeur in Nederland vandaag op een veiligheidsbijeenkomst in Den Haag.
Ambassadeur Joe Popolo zei dat hij met de Amerikaanse regering overlegt om te bekijken of de VS het verbod moet opvatten als een actie waarmee Nederland handel met de VS moeilijker maakt.
“Waar wij ons zorgen over maken – en waar ik met Washington over heb gebeld en vandaag ongetwijfeld weer zal doen – is: is dit een handelsbelemmering? Wat ziet hier precies achter?”, zei hij.
Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) besloot maandag dat de overname van Solvinity door het Amerikaanse bedrijf Kyndryl niet door mag gaan. Over de geplande overname was al maanden onrust, omdat Solvinity onder meer de IT-dienstverlening verzorgt voor DigiD en MijnOverheid.
Door Amerikaanse wetgeving kan de VS namelijk allerlei gegevens opvragen bij Amerikaanse bedrijven, ook als de gegevens zijn opgeslagen in andere landen. In dit geval zou het gaan om de persoonlijke gegevens van alle Nederlanders in MijnOverheid.
Ook zou de VS ervoor kunnen zorgen dat Nederlanders geen zaken meer kunnen doen met hun eigen overheid, door de toegang tot DigiD te blokkeren. Met DigiD kun je onder meer inloggen bij de gemeente, de Belastingdienst en het ziekenhuis.
Angst voor tegenreactie
“Het feit dat we de risico’s niet weg konden nemen en het publiek belang niet konden garanderen, maakt ingrijpen noodzakelijk”, zei Aerdts gisteren over haar besluit om de overname tegen te houden.
De staatssecretaris schreef in een brief aan de Tweede Kamer dat haar beslissing “landenneutraal” is genomen, oftewel: niet specifiek tegen de Verenigde Staten is gericht. Het overnameverbod zou slecht kunnen zijn voor de relatie tussen Nederland en de VS: het land zou met een tegenreactie kunnen komen.
Ambassadeur Popolo denkt dat Nederland te snel heeft besloten om de overname tegen te houden, zei hij vandaag. In de brief schreef Aerdts dat zij “recentelijk serieuze indicaties” had dat de overname afgerond zou worden. De staatssecretaris schreef dat zij daarom “geen andere mogelijkheid zag dan nu dit besluit te nemen”.
Het besluit is genomen na advies van een onafhankelijk toezichthouder: het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). Het advies van het BTI is niet openbaar, maar Aerdts schrijft dat de toezichthouder concludeerde dat de overname een risico voor Nederland zou zijn.