Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) moeten meer duidelijkheid krijgen over wat zij wel en niet mogen. De Tweede Kamer is het in grote lijnen eens met de kabinetsplannen hierover. Wel zitten Kamerleden nog met vragen. Dat bleek bij een debat in de Tweede Kamer met verantwoordelijk minister van Justitie en Veiligheid Van Weel.
Boa’s komen nu regelmatig in lastige situaties met burgers terecht over boetes of gedrag en krijgen bijvoorbeeld in de trein met geweld te maken. De regels voor hun optreden zijn minder eensluidend dan die voor politieagenten. Het kabinet wil die regels duidelijker maken in een nieuw ‘boa-bestel’.
De nieuwe regels moeten boa’s duidelijkheid geven over welke bestanden zij mogen inzien om iemands identiteit vast te stellen, in welke gevallen zij echt moeten wachten op politie-inzet en wanneer zij in aanmerking komen voor een wapenstok, pepperspray of een vuurwapen ter verdediging.
De huidige onduidelijkheid leidt bij de handhavers soms tot wat handelingsverlegenheid wordt genoemd. Oftewel niet durven ingrijpen omdat de instructies niet duidelijk zijn. Op de tribune van de Kamer volgde een aantal boa’s het debat daarom met belangstelling.
Steeds meer taken
Er werken in het hele land zo’n 20.000 boa’s voor zo’n 600 verschillende werkgevers. In de afgelopen vijftien jaar hebben zij steeds meer taken en bevoegdheden gekregen in een veranderende samenleving.
Boa’s worden gezien als een verlengstuk van de politie, maar zijn dat in veel opzichten niet. Zij gaan niet over de handhaving van de openbare orde, maar wel over het tegengaan van onveiligheid, verloedering en overlast. Ook helpen zij de politie bij arrestaties en het afvoeren van gearresteerden of verwarde mensen.
De Kamerleden en minister spraken hun waardering uit voor het werk van de boa’s. Maar het blijft ingewikkeld om het voor alle boa’s eenduidig te regelen, zo bleek tijdens het debat.
Steeds ingewikkelder
Anders dan voor politieagenten is niet de rijksoverheid de werkgever, maar zijn dat gemeenten, ov-bedrijven en andere semioverheden. Die verschillende werkgevers hebben allemaal hun eigen instructies en voorwaarden. De landelijke overheid biedt alleen de basiswetgeving.
Verschillende fracties, zoals VVD, GroenLinks-PvdA, PVV, CDA en JA21, willen dat er landelijk meer voor boa’s wordt vastgelegd dan nu het geval is. Minister Van Weel moest flink wat toezeggingen doen om de Kamerleden voorlopig tevreden te stellen over het nieuwe stelsel. Bijvoorbeeld over het landelijk regelen van de nazorg voor boa’s die een heftige situatie hebben meegemaakt. Dat moet niet per werkgever verschillend zijn, vinden de partijen.
Experimenten
Een plan om boa’s in het ov eerder toegang tot registers te geven zodat zij reizigers bij geweldsincidenten makkelijker kunnen identificeren heeft in elk geval de steun van een meerderheid in de Kamer. Bij de NS, die onlangs melding maakte van duizend geweldsincidenten, is onlangs een proef met wapenstok en pepperspray gestart. Dat experiment loopt een jaar.
In Rotterdam loopt een proef om boa’s te laten ingrijpen bij straatintimidatie. Het gaat dan om situaties waarin iemand een ander seksueel benadert “op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend of onterend is”. Maar dat experiment moet niet te lang duren voordat duidelijk is of het werkt, zegt de Kamer. De minister beloofde snel met resultaten en een oordeel te komen.
De Kamer is het eens met het plan om alle boa’s voortaan een standaarduitrusting te geven met een portofoon en handboeien. Zo kunnen zij communiceren met collega’s en agenten als die de taak moeten overnemen. Een eventuele aanvullende uitrusting kan bestaan uit een bodycam en een steek- of kogelwerend vest. Onder voorwaarden kan een boa worden uitgerust met een korte wapenstok en pepperspray.
Wapenvergunning
Ook het goedkeuren van wapenvergunningen voor de zogenoemde groene boa’s moet beter geregeld worden, vindt de Kamer. Groene boa’s hebben als taak om in bepaalde provincies illegale gewapende stroperij tegen te gaan. Zij kunnen in gevaarlijke situaties belanden en komen daarom in aanmerking voor een dienstwapen.
Het aanvragen van een wapenvergunning gaat niet via de gemeente waar zij voor werken, maar loopt vanwege wetgeving weer via de provincie. Een ‘knik’ in de procedure die soms lang duurt, vindt de Kamer. Minister Van Weel zegt dat hij dit onder de aandacht zal brengen van de betrokken provincies, maar dat hij er formeel niet over gaat.
Een Kamermeerderheid wil in elk geval snel regelen dat boa’s, net als agenten, landelijk een neutraal uniform voorgeschreven krijgen waarbij geen ruimte is voor religieuze uitingen.