Het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, het presidium, gaat geen verder onderzoek doen naar oud-Kamervoorzitter Bergkamp, de toenmalige griffier Roos en andere betrokkenen bij de affaire-Arib. Dat schrijft Kamervoorzitter Bosma namens het bestuur aan de Kamer. De verwachting van het bestuur is dat een nieuw onderzoek niet meer feiten oplevert dan de Rijksrecherche al boven water heeft gekregen.

Wel trekt het presidium de conclusie dat de handelwijze van de toenmalig griffier van Bergkamp en de directeur Huisvesting “niet acceptabel” is. Daarom wordt nu onderzocht of de arbeidsovereenkomsten van de twee kunnen worden “herzien”. Maar daar is tijd voor nodig en de uitkomst zal vanwege privacyoverwegingen waarschijnlijk niet bekend worden gemaakt, zegt Bosma.

Over de rol van oud-Kamervoorzitter Bergkamp spreekt het presidium geen oordeel uit, ook al is de zaak onder haar voorzitterschap ontspoord.

Informatie achtergehouden

De voormalige griffier van Bergkamp, Simone Roos, en de directeur Huisvesting Jaap van R. hebben destijds bij het presidium aangedrongen op een onderzoek naar het gedrag van Arib na twee anonieme klachten van medewerkers. Het presidium heeft daar na advies van de landsadvocaat toen opdracht voor gegeven.

Achteraf is gebleken dat de twee ambtenaren informatie hebben achtergehouden. Zo was Van R. in het geheim nauw betrokken bij het schrijven van een van de klachten. Griffier Roos was daar op een gegeven moment van op de hoogte, maar vertelde dat niet aan het presidium.

Wekenlang verzwegen

Ook hebben Roos en Van R. verzwegen dat er al wekenlang contacten waren met een NRC-journalist over Arib en onrust in de ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer. Die contacten waren er al ver voordat het presidium besloot een onderzoek naar Arib in te stellen. Het onderzoek lekte naar NRC nog voordat Arib zelf op de hoogte was. De krant publiceerde er een artikel over dat uiteindelijk leidde tot het vertrek van Arib uit de politiek.

“De toenmalige directeur Huisvesting had vóór, op en na 28 september veelvuldig telefonisch contact met de NRC-journalist en heeft daarin over ongewenste omgangsvormen binnen de Kamerorganisatie gesproken”, schrijft Bosma. “Ook heeft hij op donderdag 29 september in het Kamergebouw ongeveer een uur met de NRC-journalist gesproken.”

De directeur heeft er alles aan gedaan om deze gesprekken geheim te houden. Ook vernietigden Bergkamp en griffier Roos verschillende documenten en app-verkeer uit de periode voorafgaande aan het krantenartikel.

Het presidium heeft Roos en Van R. uitgenodigd om een toelichting te geven op de bevindingen van de Rijksrecherche maar daar willen zij niet aan meewerken. Roos zegt dat zo’n gesprek vanwege privéomstandigheden niet kan plaatsvinden, en Van R. heeft laten weten dat hij niet op de uitnodiging ingaat “zolang het strafvorderlijk traject niet is afgerond”. Van R. is nog steeds verdachte van lekken, een ambtsmisdrijf.

Snel debat

Het presidium baseert zich in de brief aan de Kamer op nieuwe feiten die bovenkwamen in het strafdossier van de voormalige woordvoerder van Bergkamp. Het Openbaar Ministerie verdacht haar van het lekken naar de pers. De Rijksrecherche deed onderzoek naar dit ambtsmisdrijf.

De vrouw werd twee weken geleden vrijgesproken omdat niet kwam vast te staan dat zij degene was die de informatie naar NRC had gelekt. Er waren meer mensen van het team rond Bergkamp en andere ‘Kamerbewoners’ die dat gedaan konden hebben.

Het OM gaat niet in hoger beroep omdat de verwachting is dat vervolgonderzoek niet zal leiden tot een andere uitspraak van de rechter. Ook heeft het OM niet aangegeven dat er nader onderzoek naar ‘lekkende’ Kamerleden nodig is, zegt Bosma. Het blijft dus vooralsnog bij mogelijke maatregelen tegen Roos en Van R.

Een Kamermeerderheid wil snel een debat over de kwestie. PVV-Kamerlid Markuszower kondigt aan dat hij daar alsnog om een onderzoek zal vragen “naar deze stinkende doofpot”. Ook BBB wil dat “de onderste steen boven komt, ook over de rol van oud-Kamervoorzitter Bergkamp”.