Het ministerie van Economische Zaken (EZ) geeft al jaren miljoenen euro’s aan subsidie aan dezelfde stichting zonder het parlement juist te informeren. Het bestuur van die stichting huurt een bedrijf in waar twee stichtingsdirecteuren mede-eigenaar van zijn. Ondanks een eerdere waarschuwing voor de schijn van belangenverstrengeling bleef deze werkwijze ongewijzigd.
Na vragen van Nieuwsuur heeft het ministerie de Tweede en Eerste Kamer per brief geïnformeerd dat sprake is van een onzorgvuldigheid – “een omissie”- bij het verstrekken van subsidie aan de stichting, het digitaliseringsplatform ECP.
De stichting erkent de schijn van belangenverstrengeling en zegt al jaren bezig te zijn met aanpassingen in de organisatiestructuur. ECP profileert zich als neutraal platform dat overheid en bedrijfsleven samenbrengt op digitale zaken. ECP is mede opgericht door het ministerie. Het platform organiseert netwerkborrels, werkgroepen en vergaderingen over thema’s als AI en internetveiligheid. Willem Alexander zat er als Prins in de Raad van Advies, oud-bewindspersonen bekleedden er bestuursfuncties.
Nalatigheid
ECP ontvangt geld in de vorm van een zogeheten “maatwerk”-subsidie. Aan de subsidie hangt weinig publieke verantwoording, zegt hoogleraar bestuursrecht Jacobine van den Brink van de Universiteit van Amsterdam. “Dus hebben we er weinig zicht op.” De subsidie mag volgens het ministerie maximaal vier jaar lopen, tenzij het parlement vooraf wordt geïnformeerd.
Dat is zeker vanaf 2019 niet gebeurd. In die periode kreeg de stichting in totaal zo’n 40 miljoen euro subsidie. Volgens Van den Brink had EZ dat geld “nooit op deze manier” mogen verstrekken. “Als jaar op jaar aan één en dezelfde partij subsidie krijgt, hebben andere partijen nooit een kans.”
ECP ontvangt de subsidie sinds 1997. Onduidelijk is hoeveel er vóór 2019 werd uitgekeerd en of daarbij ook subsidieregels zijn overtreden. Volgens het ministerie liggen stukken van voor dat jaar in archieven die “niet zo snel geraadpleegd kunnen worden”.
Het grootste deel van de inkomsten van ECP bestaat uit subsidies. Daarnaast ontvangt de stichting contributies en bijdragen van bijvoorbeeld tech-bedrijven. De stichting heeft zelf geen personeel in dienst, maar huurt een groot aantal medewerkers – van secretaresses tot directeuren – in bij LunaVia BV. Van dat bedrijf zijn de twee directeuren van ECP – via holdings – bestuurder én mede-aandeelhouder. De afgelopen periode ging er jaarlijks zo’n 5,5 miljoen euro van ECP naar LunaVia.
In 2023 evalueerde onderzoeksbureau KWINK de relatie tussen ECP en EZ. De onderzoekers waarschuwden voor de schijn van belangenverstrengeling. De aanbeveling was dat het ministerie van Economische Zaken het gesprek moest aangaan over “wenselijkheid” en “noodzakelijkheid” van de constructie. Dat deed het ministerie, maar de werkwijze bleef ongewijzigd.
Drie deskundigen noemen de verweving met LunaVia “per definitie problematisch”, “onwenselijk” en “oneigenlijk”. Niet verboden, maar wel in strijd met normen van goed bestuur. “Als bestuur zou je nooit een directie moeten willen hebben met tegengestelde persoonlijke belangen”, zegt Kees Cools, expert corporate governance en finance. “Als bestuur weet je dan nooit of ze iets goeds deden voor de stichting, of ten dele toch voor de eigen portemonnee.”
ECP zegt dat het bestuur – en niet de directie – eindverantwoordelijk is en de besluiten neemt. Maar de deskundigen zijn kritisch. Want de directie bereidt mede plannen voor, heeft contact met ministeries over subsidies en gaat over de uitvoering van werk, zeggen ze. Die invloed en informatiepositie kan ten goede komen aan de eigen bv.
Volgens ECP zijn de tarieven van LunaVia “marktconform”, dus gangbaar. Maar volgens deskundigen kan LunaVia ook met “marktconforme” tarieven nog steeds winst maken. Ze schatten op basis van beperkte openbare jaarcijfers dat het gemiddeld om minimaal enkele tonnen per jaar gaat. LunaVia wil niets zeggen over de winsten.
Dubbelrol
Na vragen van Nieuwsuur is de tekst op de ECP-website aangepast. De stichting vermeldt nu de dubbelrol van één van de directeuren. Het bestuur zegt te handelen volgens wet- en regelgeving maar erkent dat er sprake is van de “schijn” van belangenverstrengeling.
ECP ontving de afgelopen jaren van nog acht andere ministeries geld. In totaal gaat het om ruim 50 miljoen euro overheidsgeld sinds 2018. Daardoor bestaat meer dan de helft van de ECP-inkomsten uit publiek geld. Voor de opdracht aan LunaVia zou daarom een openbare aanbesteding moeten gelden, zodat meerdere bedrijven kunnen meedingen naar de opdrachten. Toch kiest ECP nog steeds exclusief voor LunaVia.
ECP zegt dat aanbesteden niet verplicht is, omdat het contract met LunaVia uit de jaren ’90 stamt. De regels zouden toen nog niet opgaan. De stichting beroept zich op een juridisch advies, maar geeft daarin geen inzage. Hoogleraar aanbestedingsrecht Pieter Kuypers bestrijdt het standpunt van ECP: volgens hem is het contract inmiddels zo veranderd dat aanbesteding wel degelijk is vereist.
Het ministerie van EZ zegt dat het aan een stichting is “om te besluiten of ze diensten inkopen of in eigen beheer doen, zolang dit aan de subsidieverplichting voldoet”. Volgens EZ is dat hier het geval: de inhuur gebeurt tegen “marktconforme tarieven” en op “transparante wijze”. Het ministerie zegt intern onderzoek te doen naar mogelijke nalatigheid bij het verstrekken van andere subsidies.
Verantwoording onderzoek
Voor het onderzoek naar ECP sprak Nieuwsuur met tientallen betrokkenen en vroeg het bij ECP, LunaVia en verschillende ministeries documenten en informatie op. Lees hier de reacties van betrokken partijen in het kader van de wederhoor en hier alles over het onderzoek.