Een meerderheid van de Tweede Kamer wil plegers van huiselijk geweld sneller en langer een huisverbod kunnen opleggen. Nu kan dat voor maximaal vier weken, de Kamer wil dat verlengen naar een jaar.
Een huisverbod wordt op dit moment opgelegd door burgemeesters en officieren van justitie als er sprake is van een acute, dreigende situatie. In de afkoelingsperiode die daarmee ontstaat, kan de hulpverlening voor een gezin op gang komen.
“Je ziet dat het op dit moment niet voldoende werkt”, zegt Songül Mutluer (GroenLinks-PvdA), die de motie zal indienen tijdens het begrotingsdebat justitie en veiligheid. “Na zo’n afkoelingsperiode komt de dader weer terug en kan het zo zijn dat de boel opnieuw escaleert.”
‘Steviger aanpakken’
Haar voorstel wordt gesteund door Bente Becker (VVD), Hanneke van der Werf (D66) en Ingrid Coenradie (JA21). De vier hebben afgesproken met elkaar op te trekken als het gaat om voorstellen die femicide moeten tegengaan.
“We zien nu dat slachtoffers vaak hun huis uit vluchten”, zegt Van der Werf. “Ik vind dat we de dader veel steviger mogen aanpakken. Waarom mag hij thuis blijven wonen, terwijl hij daar zijn vrouw of vriendin in elkaar slaat?”
Mutluer wil het ook makkelijker maken om het verbod op te leggen: niet alleen bij een acute, maar ook bij een langdurige dreiging. Ook moeten daders voortaan verplicht hulp aannemen. “Zo voorkom je dat een dader zegt: ‘ik hoef geen hulp, ik zit mijn tijd even uit en dan ga ik door met haar stalken'”, reageert Becker.
Verschillende burgemeesters lieten EenVandaag vorig jaar al weten dat het beter zou zijn om het huisverbod langer te kunnen opleggen. Zij vinden dat de afkoelingsperiode nu vaak te kort is om de hulpverlening goed op gang te brengen.
De Tweede Kamer stemt naar verwachting volgende week over de motie van Mutluer. Het is dan aan het ministerie van Justitie en Veiligheid om het voorstel verder uit te werken.