De overgrote meerderheid van de achterban van vakbond FNV is tegen de voorgenomen maatregelen van de nieuwe coalitie op de sociale zekerheid. Dat blijkt uit de voorlopige resultaten van een enquête die de vakbond heeft uitgezet. Interim-voorzitter van FNV, Dick Koerselman, presenteerde die resultaten in Nieuwsuur.

Koerselman noemt de maatregelen “onnodig, onverantwoord en voor ons onacceptabel”. “Dit is een waardeloos openingsbod.”

De nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA wil de WW-duur verlagen van twee naar één jaar. Wie zijn baan verliest en niets nieuws vindt, komt daardoor eerder in de bijstand. Daarnaast stijgt de AOW-leeftijd één-op-één mee met de levensverwachting. Wie nu 30 is, moet doorwerken tot boven de 70. En de WIA-uitkering gaat fors omlaag. Wie langdurig ziek is, kan daardoor 20 procent minder krijgen.

80 procent van de FNV-leden is tegen de verkorting van de WW-uitkering, blijkt uit de enquête die sinds zaterdagochtend loopt. 87 procent is tegen de stijging van de pensioenleeftijd en 90 procent vindt het onterecht dat de grootste klappen bij werknemers vallen en veel minder bij bedrijven. De enquête staat nog twee weken open, maar is al door 35.000 leden ingevuld.

Boos

“Wij zijn enorm teleurgesteld en boos”, zegt Koerselman. “Dit is een directe aanval op de sociale zekerheid zoals we die kennen in Nederland.”

De voorzitter wijst op het pensioenakkoord dat het kabinet in 2019 sloot met werkgevers en vakbonden, waaronder FNV. Daarin werd afgesproken dat de pensioenleeftijd minder hard zou stijgen dan de levensverwachting. “De inkt daarvan is nauwelijks droog en de spelregels worden al veranderd”, aldus Koerselman.

De FNV-bestuurder heeft tijdens de formatie twee keer met de partijen aan tafel gezeten om te praten over de plannen. “Ik heb inderdaad de partijen horen zeggen dat ze hervormingen zouden toepassen. Toen heb ik gezegd: handen af van de sociale zekerheid, handen af van de zorg.”

Uitgestoken hand

Na de presentatie van het akkoord, afgelopen vrijdag, was Koerselman dan ook “pissed off”. “En nog steeds”. Dat akkoord werd gepresenteerd als een “uitgestoken hand” aan andere politieke partijen en sociale partners, waaronder de vakbonden. Koerselman: “Als je bij het eerste voorstel al een belangrijk akkoord breekt dat weloverwogen is gesloten, wat is zo’n uitgestoken hand dan waard?”

De voorzitter zegt dat er opnieuw met hem te praten valt, maar wel alleen over verbeteringen in de sociale zekerheid, niet over verslechteringen. En het pensioenakkoord uit 2019 is “in beton gegoten”. “Daar valt niet over te praten.”

Morgen debatteert de Tweede Kamer over het coalitieakkoord. De geplande bezuinigingen op de sociale zekerheid zijn een van de hete hangijzers.