Terwijl de geopolitieke spanningen de afgelopen jaren sterk toenamen, “verschrompelde” de internationale invloed van Nederland onder premier Dick Schoof. Deels was dat een bewuste koers van het kabinet.

De vermoedelijk nieuwe D66-premier Rob Jetten wil voor Nederland weer een rol van betekenis opeisen. “We willen een leidende stem zijn bij het vormgeven van de toekomst van de Europese Unie”, zei hij bijvoorbeeld vlak na de verkiezingen.

Maar hoeveel ruimte is daar voor, nu Jetten moet regeren met een minderheidskabinet?

Geen JA21 een voordeel voor Jetten?

Hij zit met een flink obstakel. Waar Mark Rutte als premier meestal kon rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer, leidt Jetten straks een minderheidscoalitie. Als hij op internationale toppen namens Nederland iets wil toezeggen, moet hij zich afvragen of hij daarvoor wel een meerderheid heeft.

“Bij een aantal zaken, zoals internationale verdragen, is de premier verplicht ze eerst voor te leggen aan het parlement”, zegt staatsrecht-expert Corné Smit (Universiteit Leiden), die onderzoek doet naar minderheidskabinetten. “Maar ook wanneer die verplichting er niet is, kan de Kamer dreigen met een motie van afkeuring of wantrouwen.”

Oftewel: een premier of minister zal op internationale podia eigenlijk altijd een meerderheid achter zich moeten hebben, of achteraf een meerderheid moeten kunnen overtuigen van zijn beslissingen.

Nu Schoof een dubbel demissionaire coalitie met nog maar 31 zetels leidt, wordt hij internationaal niet heel serieus meer genomen. Dat bleek toen hij niet werd gevraagd een verklaring van Europese leiders over Groenland te ondertekenen.

Naar Jetten, daarentegen, wordt in het buitenland met verwachting uitgekeken. Hij gaat het op een belangrijk punt makkelijker krijgen dan Schoof: D66, CDA en VVD willen dat Nederland internationaal meepraat. Schoofs coalitie stond, zeker aanvankelijk met BBB én PVV, sceptisch tegenover de EU en andere internationale samenwerkingsverbanden. Schoof zelf wilde dat Nederland een voortrekkersrol behield bij steun aan Oekraïne, maar PVV-leider Geert Wilders stond vaak op de rem.

En dat JA21 niet meedoet aan Jettens coalitie betekent nog minder zetels, maar inhoudelijk maakt het de boel overzichtelijker. JA21 is een stuk kritischer op de EU en op internationale samenwerking dan D66, VVD en CDA.

Ook gunstig voor Jetten: de leider van de grootste oppositiepartij, Jesse Klaver, noemt het minderheidskabinet weliswaar een “heel risicovol experiment”, maar zeker op thema’s als Europa en defensie is GroenLinks-PvdA bereid mee te werken. “Met de huidige samenstelling van de Tweede Kamer lijkt er een grote meerderheid te zijn voor een actieve internationale koers”, zegt politicoloog Claes de Vreese (Universiteit van Amsterdam).

De kans dat de Kamer Jetten terugfluit om een internationale kwestie, lijkt dus klein. Toch zullen er buitenlandse onderwerpen zijn die tot stevige discussie leiden. Denk aan Gaza: linkse partijen wilden dat het kabinet meer actie tegen Israël ondernam, en uiteindelijk viel het kabinet voor de tweede keer door de kwestie. En kabinet-Balkenende IV klapte door onenigheid over de militaire missie in Afghanistan.

Hoe werkt het in Denemarken?

Het is dus belangrijk dat het kabinet voor goede afstemming met de oppositie zorgt. Smit: “In Denemarken, waar minderheidskabinetten eerder regel dan uitzondering zijn, heeft het parlement daarom een speciale commissie, weet hij. “Daarin worden prominente parlementariërs van alle partijen informeel bijgepraat over gevoelige internationale onderwerpen: als we X, Y of Z doen, kunnen jullie daar dan mee leven? Voor snelle beslissingen zijn de commissieleden bij wijze van spreken ook midden in de nacht bereikbaar. De afgelopen weken zagen we rond Groenland dat Denemarken slagvaardig kan optreden.”

Er gaat veel werk zitten in een goede relatie tussen minderheidskabinet en de Kamer, weet De Vreese, die uit Denemarken komt. Hij en Smit schoven maandag aan bij de formerende partijleiders om ze hierover te adviseren. “Het kabinet moet zich bescheiden opstellen”, zegt De Vreese. “En partijen die niet meeregeren moeten zich afvragen: willen we samen met de coalitie beleid vormgeven, of zijn we een klassieke, toezichthoudende oppositiepartij?”

Keuze PVV

Geert Wilders maakte bij die afweging een “inschattingsfout”, vindt De Vreese. Toen bekend werd dat er een minderheidskabinet kwam, koos de PVV-leider voor harde oppositie. “Normaal is het voor een oppositiepartij prima om aan de kant te staan en je te profileren. Nu had Wilders veel meer kunnen binnenhalen voor zijn kiezers met een andere opstelling.”

Zeven PVV’ers begonnen bovendien een eigen fractie, onder meer vanwege de onbuigzame houding van Wilders. Hierdoor neemt de eurokritische PVV niet meer de meeste oppositiezetels in, wat het (internationale) werk van de coalitie makkelijker kan maken. De Vreese: “Vergeleken met de vorige coalitie is het op het wereldtoneel makkelijker om voorman te zijn van dit nieuwe kabinet.”